Hoe werkt een biogasinstallatie? Van mest naar biogas

Een biogasinstallatie zet mest en andere geschikte organische materialen via vergisting zonder zuurstof om in biogas en digestaat. In de vergister wordt niets verbrand: micro-organismen breken organische stoffen af. Het gevormde gas kan een motor voor stroom en warmte voeden, of na verdere zuivering als groen gas worden gebruikt.

Welke stappen doorloopt het materiaal?

  • Aanvoer en controle van mest of andere toegestane organische reststromen.
  • Voorbehandeling en mengen tot een goed verpompbare, gelijkmatige voedingsstroom.
  • Vergisting in een afgesloten, meestal verwarmde reactor.
  • Opvang en reiniging van het geproduceerde biogas.
  • Gebruik in een warmtekrachtkoppeling of opwaardering tot biomethaan.
  • Opslag, verdere verwerking en bestemming van het digestaat.

Wat gebeurt er in de vergister?

Verschillende groepen micro-organismen breken complexe stoffen in opeenvolgende biologische stappen af, uiteindelijk met vorming van methaan en koolstofdioxide. Temperatuur, verblijftijd, menging, samenstelling van de voeding en een stabiele zuurgraad zijn bepalend. Plotselinge veranderingen in de voeding kunnen het proces ontregelen.

Biogas is niet hetzelfde als groen gas

Ruw biogas bestaat grotendeels uit methaan en CO2, met onder andere waterdamp en kleine hoeveelheden zwavelwaterstof. Bij elektriciteitsproductie wordt het gas gereinigd en verbrand in een motor of andere geschikte installatie. Voor groen gas moeten vooral CO2 en verontreinigingen verder worden verwijderd en moet het product aan de geldende specificaties voldoen.

Wat blijft over als digestaat?

Digestaat bevat nog water, organische reststoffen en veel van de oorspronkelijke nutriënten zoals stikstof, fosfor en kalium. Een deel van de stikstof kan in beter beschikbare ammoniumvorm voorkomen, wat ook verliesrisico’s bij opslag en aanwending geeft. Digestaat is niet automatisch vrij toepasbaar: de samenstelling, herkomst, gebruiksbestemming en Nederlandse mest- en milieuregels bepalen wat is toegestaan.

Waar hangt het rendement van af?

Een ton dunne mest levert niet dezelfde hoeveelheid gas als een ton energierijke reststroom. Belangrijk zijn de afbreekbare organische droge stof, de vergistbaarheid, de stabiliteit van de reactor en hoe elektriciteit, warmte of groen gas daadwerkelijk worden benut. Zonder lokale gegevens is een vaste terugverdientijd niet te onderbouwen.

Welke Nederlandse randvoorwaarden zijn belangrijk?

Bij een concreet project moet je onder meer de toelating van substraten, vergunningen, veiligheid, geuremissies, methaanlekken, netaansluiting en mestregels onderzoeken. Raadpleeg daarvoor actuele informatie van RVO en het bevoegde gezag. Een technisch werkende vergister is op zichzelf nog geen garantie dat alle geproduceerde stoffen op het land mogen.

Wie daarnaast graan of andere landbouwproducten opslaat, moet dat als afzonderlijke activiteit beheren. Zie bijvoorbeeld vochtgehalte en veiligheid bij graanopslag.

Bronnen en achtergrond