Zaai een groenbemester liefst zo snel mogelijk nadat een geschikt perceel of moestuinbed vrij is gekomen. In de nazomer is er meestal meer warmte en groeiruimte dan in de late herfst. Gele mosterd en phacelia kunnen snel opkomen, maar zonder vocht en voldoende tijd leveren ook deze soorten weinig begroeiing op.
Laat het oogstmoment de zaaitijd bepalen
Na een vroege oogst kun je kiezen uit meer soorten en mengsels. Langzamer groeiende vlinderbloemigen en sommige complexe mengsels hebben een langere aanlooptijd nodig. Na een late oogst zijn snel ontwikkelende soorten logischer, zolang de bodem nog voldoende warm is.
Het Nederlandse najaar is lang niet overal gelijk. Dicht bij de kust blijft het soms langer zacht; op natte zware grond kan een zaaitijd juist snel onpraktisch worden. Kijk daarom niet alleen naar de kalender, maar naar de grond, de weersverwachting en het gekozen zaad.
Gele mosterd als groenbemester
Gele of witte mosterd kan bij gunstige omstandigheden snel blad maken en de bodem bedekken. Laat zaaien betekent minder tijd om wortels en groen te vormen. Bij vorst kan het gewas afsterven en resten achterlaten, maar ga er niet van uit dat dat in elke zachte winter gebeurt.
Mosterd behoort tot de kruisbloemigen. Kweek je veel kool, broccoli of andere koolgewassen, houd dan rekening met een mogelijke opbouw van dezelfde ziekten en plagen in de vruchtwisseling. Kies waar nodig een andere soort.
Phacelia: snel, maar niet zonder groeiseizoen
Phacelia is geen koolgewas en kan een bruikbare afwisseling bieden. De fijne wortels en bladeren helpen om een vrij perceel bezet te houden. Een zeer laat zaaitijdstip kun je echter niet compenseren met een extra hoge zaaizaadhoeveelheid. De opkomst wordt bepaald door vocht, temperatuur en een goed zaaibed.
Wat doe je wanneer de grond droog of te nat is?
In droge grond kunnen zaden blijven liggen totdat regen valt. Zaaien vóór betrouwbare neerslag kan werken, mits je het zaad goed in het zaaibed brengt. Zaad dat los op de korst blijft liggen, kan wegwaaien of wegspoelen. Bewerk kletsnatte grond niet met zware machines: verdichting is lastig terug te draaien.
Is een mengsel altijd beter?
Nee. Soorten in een mengsel moeten ongeveer hetzelfde zaaitijdstip aankunnen en elkaar aanvullen. Sommige leggen snel een groen dek, andere wortelen dieper of binden stikstof. Bij ongeschikte verhoudingen kan een snelle groeier de rest overheersen. Ook het gelijkmatig verdelen van zaden met verschillende groottes kan lastig zijn.
Pas de keuze aan de vruchtwisseling aan
Kijk welke planten op de plek stonden en wat er volgend seizoen komt. Mosterd na kool is niet automatisch verstandig. Houd er ook rekening mee of de groenbemester uitwintert, door kan groeien of in het voorjaar beëindigd moet worden. Dat beïnvloedt de eerste bewerking van het volgende bed.
Controleer aparte eisen van teeltregelingen
Bij landbouwpercelen kunnen afspraken of subsidieregels voorwaarden stellen aan mengsel, zaaimoment en aanhoudduur. Controleer de actuele Nederlandse voorwaarden voor het betreffende jaar en de regeling. Een administratief toegestane datum is niet altijd biologisch het gunstigst.
Een vlot gevestigde groenbemester werkt doorgaans beter dan een zaaiing die vlak voor de koude periode nauwelijks kiemt. Voor een moestuinbed dat pas laat leegkomt, kan een geschikte mulchlaag de bodem betrouwbaarder beschermen.